Blog

Mijn eerste programma presenteerde in in 1972, maar in 1992 kon ik er zelfs mijn werk van maken! Ik ging aan de slag bij Radio Amsterdam. In de jaren daarna ben ik bij heel wat radiostations op de zender terecht gekomen. Tegenwoordig met programma's die ik thuis maak, in mijn eigen studio.
Dit is een overzicht van de zenders waar ik in de programmering stond of sta.
AlMijnStationsSMALL
Wekelijks maak ik een aflevering van Muziektherapie, die wordt uitgezonden op Radio Centraal FM, Hollands Palet, SeaBreeze AM, Atlantis Amsterdam, Lokale Omroep Zeewolde, Radio 509 en Radio Lelystad.
En eveneens wekelijks maak ik voor Radio Emmeloord 747 AM een uur De Transistor Radio Show.

*
Het blijft moeilijk: een uitvaart bijwonen. Of je de persoon in kwestie nu heel goed hebt gekend of slechts kort of oppervlakkig; het grijpt je aan. Althans, zo ervaar ik het. Ik ben altijd tamelijk emotioneel geweest en de afgelopen jaren is het alleen maar een boel erger geworden.
Gisteren ook weer: een ongelooflijk druk bezochte uitvaart van een veel te jong overleden echtgenote van een oud-collega. Hoe de man en beide zonen het voor elkaar kregen om toch voor pakweg 95% ongeschonden het woord te voeren, is mij een raadsel. Ik stond op veel momenten hevig naar buiten te kijken en te pogen aan andere dingen te denken want ik red het domweg niet.
Mooi veel bomen hier, achter en naast het gebouw. Maar ja: ze zetten zo'n crematorium altijd een beetje in een natuur-setting.
Kijk: twee druk fladderende vlindertjes. Moet je dat nou zien: zouden die nou nog denken van 'nu even naar rechts. En nu maar weer eens wat zakken' of vliegen ze er maar een beetje op los? Wel gaaf hoor, als je dat kan.
Hoeveel ramen zitten daar nou in? Eén, twee drie, vier boven elkaar. Acht rijen. En die links zijn hoger... Tweeënvijftig!
Muziek die om een bepaalde reden wordt gedraaid, een vertoning van foto's die allerlei momenten uit een leven laten zien, citaten uit blogs die de overledene zelf schreef over wat ze allemaal doormaakte. Doorspekt met vrolijke noten, want ze bleef opvallend overeind.
En de persoon in kwestie ligt intussen in een glanzend witte kist, omgeven door ontelbare prachtige bloemstukken. Weet van niets meer, hoort niet wat er allemaal wordt gezegd. Is er wel maar is er ook zeer zeker niet. Een krankzinnig ongrijpbare situatie.
De pophits waar je vandaag de dag mee wordt geconfronteerd tijdens zo'n plechtigheid staan mijlenver af van de muziek die je tijdens je eerste begrafenissen en crematies hoorde. Dan ging het om een bejaard familielid en kwamen de requiems of pianoconcerten voorbij. Nu kan er een nummer klinken waar je zelf enthousiast van hebt staan genieten tijdens een popconcert. Of misschien is het zelfs wel iets uit de hitlijst-die-je-niet-meer-volgt-omdat-het-tegenwoordig-jouw-muziek-niet-meer-is...
Best warm in het gebouw. Maar ja, wat wil je met zoveel mensen.
En uiteindelijk is het voorbij. Je loopt nog een keer langs die kist en dan ben je weer buiten. De zon schijnt, een eindje verderop hoor je auto's rijden. De wereld is gewoon verder gegaan, kon toch echt niet pauzeren omdat er daar in die aula van iemand afscheid werd genomen. Als we daaraan beginnen, staat alles voorgoed stil.
Even diep ademhalen.
Geen 'gelegenheid tot condoleren' maar een 'informeel samenzijn in de ontvangkamer'. Oké.
Je sluit toch vanzelf een beetje aan bij een groepje andere oud-collega's en zo vormen zich ogenblikkelijk talloze eilandjes van mensen in die ontvangruimte.
Eerst gaat het over 'dit' maar daarna komen de dreigende reorganisatie bij de vroegere werkgever en eigen akkefietjes aan bod.
We zijn dus bezig dóór te gaan, precies zoals de overledene wilde.
Maar haar gezin gaat zometeen naar huis. Die woning waar zij nooit meer zal komen.
En wij zitten dan weer in ons eigen huis. En treffen voorbereidingen voor het avondeten want het is al weer bijna zo laat. Tussendoor halen we Facebook weer in, ontdekken we dat de smartphone nog op 'stil' staat en kijken we even of er nog wat op tv is, straks.

*



Het nieuwe nummer van de tweewekelijkse krant De Oud-Hagenaar is verschenen en daarin is een hele pagina ingeruimd voor aandacht voor het oorlogsdagboek van mijn vader, De Toestand Bij Het Einde, dat ik destijds heb overgetypt en als (e-)boek heb gepubliceerd.
Echt gaaf: iets meer dan 71 jaar nadat hij zijn laatste aantekeningen maakte, paginagroot aandacht voor zijn schrijfsel!
dagb


Ze zijn inmiddels al weer 'geschiedenis': de space shuttles. Ik herinner me als de dag van gisteren de eerste lancering van de eerste, de Columbia, met gezagvoerder John Young en piloot Bob Crippen. John Young was een veteraan van Gemini en Apollo en had zelfs nog op de maan gelopen, in april 1972.
Tijdens één van de maanwandelingen kreeg-ie te horen dat NASA het groene licht had gekregen voor het shuttleprogramma. Hij kon toen niet vermoeden dat hij gezagvoerder zou zijn tijdens de eerste vlucht, negen jaar later.
Ik heb een shuttle zien landen op 'de Cape', de Endeavour in september 1995, en er één zien vertrekken, in september 2000. Hoewel dat eerste ook bijzonder was, was dat tweede toch wel iets in de overtreffende trap.
Ten eerste uiteraard de spanning of het inderdaad wel ging gebeuren, en dat duurt tot het moment 0, en dan die lancering, waarbij je natuurlijk toch altijd weer terugdenkt aan de ramp met de Challenger.
Wij woonden destijds de 22e lancering van de shuttle Atlantis bij, toen die op 8 september 2000 vertrok voor missie STS 106, om kwart voor negen 's ochtends.
Het leverde adembenemend plaatjes op, maar het was vooral het ongelooflijke geluid dat met niets te vergelijken was.
Mensen die zo gelukkig zijn dat ze er bij waren toen er een Saturnus V werd gelanceerd, het monster dat was ontworpen om de maan te bereiken, vertellen graag dat die lanceringen nog vele malen indrukwekkender waren. Ik geloof ze ogenblikkelijk, want het vermogen van die raket was nog heel veel groter dan dat van de schuttle met zijn griezelige vaste brandstofraketten.
De dag vóór de lancering had ik een accreditatie om de Cape te bezoeken. Dichterbij dan waar ik toen kwam, was voor niemand weggelegd, behalve voor als je bij de shuttle moest zijn. Als je astronaut was, bijvoorbeeld, of als je deel uitmaakte van technische crews en zo.
Dat tripje had niets weg van een busritje naar een toeristische attractie. Het was, goed beschouwd, een bijna militaire operatie. De shuttle stond op dat moment natuurlijk al op het lanceerplatform, naast de toren, op een heuvel die de aanleg van de vuurkuil mogelijk maakte. Da's de locatie waar je even niet moest zijn als zo'n ding vertrok, want daar raasden dus de vlammen doorheen als de motoren ontbrandden en de shuttle begon op te stijgen. Aan de voet van die heuvel, zo'n driehonderd meter van de shuttle verwijderd, begon het verboden gebied. Hekken, slagbomen, militairen met machinegeweren.
Het was razend indrukwekkend om de shuttle daar te zien staan. Het zou nog iets van 15 uur duren vóór hij gelanceerd zou worden, op weg naar het in aanbouw zijnde ruimtestation. In de verte ratelde af en toe onweer, zoals zo vaak in Florida, maar verder was het onwerkelijk stil.
De volgende ochtend, toen we de lancering bijwoonden, stonden we op de perstribune aan de overkant van het water, waar geregeld krokodillen langs zwommen. En toen de shuttle eenmaal was vertrokken en boven de toren uit was geklommen, rolde het ongelooflijke, flakkerend gedaver van de motoren over ons heen. Dat geluid tart werkelijk elke beschrijving. Op dat moment wordt je even duidelijk gemaakt welke ongekende krachten er zijn ontketend en dat je zelf niets maar dan ook helemaal niets voorstelt. En nogmaals: bij de Saturnus V was dat dus nog vele malen erger.
Binnen een paar minuten was het nog slechts een lichtgevend puntje in de lucht terwijl de enorme rookwolk die het spoor vormde, heel langzaam verschoof en uiteindelijk bijna onmerkbaar oploste.
Intussen hoorde je over de luidsprekers de conversatie tussen de shuttle en de vluchtleiding in Houston, die het contact inmiddels had overgenomen.
De waanzinnige machine die ik gisteren daar in doodse stilte op die heuvel had zien staan, slechts een paar honderd meter van me vandaan, raasde nu door de atmosfeer met 25.000 kilometer per uur, spottend met de aantrekkingskracht van de aarde, voortgestuwd op een kolom vuur met een temperatuur van meer dan drieduizend graden.
Met shuttle Atlantis Vroeger, toen het leven nog leuk was of het in elk geval zo leek te zijn, maakte ik uiteraard ook dingen mee die onplezierig waren. Heel gewoon, zoals iedereen dat in zijn of haar leven heeft. Niets bijzonders. Ik ben lang gespaard gebleven voor echt heel nare dingen in mijn directe omgeving: ik was een jaar of zeventien toen ik voor het eerst te maken kreeg met een sterfgeval in de familie en toen betrof het een bejaarde oudtante. Tot die tijd verliep het over het algemeen tamelijk rimpelloos, maar daarna veranderde dat. Mijn vader kreeg kanker en werd geopereerd, mijn oma en opa van vaderskant overleden kort na elkaar, de kanker bij mijn vader kwam terug met een hele ris nieuwe operaties als gevolg en toen ik 21 was, overleed ook hij. Een behoorlijk heftige periode, al met al.
Met name het ziek zijn en overlijden van mijn vader hakte er bij mij behoorlijk in. Logisch. Hóe zwaar het me beschadigde, is pas veel later duidelijk geworden. Inmiddels is het 37 jaar geleden dat hij wegviel en ben ik 58, een paar jaar ouder dan hij is geworden. Maar nog steeds is het iets waar ik niet over kan praten, sterker: niet over kan dènken, zonder vrijwel onmiddellijk erg emotioneel te worden. En dat lijkt me niet echt normaal.
Er is nog iets anders uit het verleden waarop ik idioot sterk emotioneel blijf reageren, daar kom ik straks op terug.
Gebruikelijk is dat de impact van gebeurtenissen in de loop der tijd minder sterk voelbaar is. Dan herinner je je nog steeds wat er gebeurde en hoe je dat beleefde, maar je kunt er dan over het algemeen min of meer normaal over praten of denken. Zoals dat tegenwoordig wordt genoemd: 'je hebt het een plaats gegeven.' Je hebt het verwerkt. En dat geldt niet alleen voor de heftige ervaringen maar net zo goed voor kleinere zaken die op het moment van gebeuren een bepaalde emotie opriepen. Als je bijvoorbeeld bij een bepaalde gelegenheid iets doms hebt gedaan, waardoor je destijds 'wel door de grond kon gaan', kun je je dat allemaal nog wel herinneren en zelfs voorstellen, maar doorgaans bekijk je het dan toch van een afstand. Het is verwerkt.
En dat is waar het bij mij wringt: ik verwerk niet. De afgelopen jaren is het mij duidelijk geworden dat ik al dat soort zaken, groot en klein, vaak nìet heb verwerkt. Ik blijf er ontzettend heftig op reageren.
Ik herinner me dat ik pakweg 15 jaar geleden tijdens een radiouitzending stevig de mist inging bij een interview over een onderwerp waar ik absoluut niets van wist. Live. Niet terug te draaien, niet over te doen, niet weg te knippen.
Als ik nu aan dat moment terugdenk, schiet ik in een soort verkrampte houding. Ik merk dat mijn ademhaling versnelt, ik moet heftig slikken, het lijkt er zelfs op dat mijn handen wat vochtig worden en ik word wat licht in mijn maag. Kortom: ik beleef die blunder weer net zo hevig als toen ik 'm beging. Dat lijkt mij beslist niet normaal.
En hier gaat het dan om een kleine gebeurtenis maar bij de grote klappers is het dus hetzelfde. Wat betekent dat ik zoiets ook weer net zo intensief opnieuw doormaak. Elke keer. Jaar in jaar uit. Samen met al die andere ervaringen. En geloof me: dat sloopt je. Want je krijgt de klappen dus aldoor in alle hevigheid opnieuw. Ik zal ze inmiddels enkele honderden keren hebben gehad.
Ik schreef dat er naast die gebeurtenissen met mijn vader nog iets anders is dat ongelooflijk gevoelig blijft. En hoewel ik ten volle besef dat veel mensen hierover hun schouders zullen ophalen, het als overdreven zullen bestempelen en noem maar op, ga ik het toch noemen. Ik heb deze pagina per slot van rekening opgezet met de bedoeling duidelijk en eerlijk te zijn en dan is het niet te voorkomen dat ik met de billen bloot moet.
Het op 31 augustus 1974 verdwijnen van de zeezender Veronica heeft mij een ontzettende oplazer gegeven. En echt: ik ken nog een paar mensen voor wie het nog altijd een open wond is. En toevallig (heus niet!) zijn dat ook mensen die 'in de radio' werken of hebben gewerkt. Mensen dus, die 'radio' niet alleen maar als luisteraar beleven, maar voor wie het veel meer is. Veel meer ook dan alleen maar hun werk.
Ik heb het al eens eerder geschreven: ik ben ervan overtuigd dat als er serieus onderzoek zou worden gedaan naar hoe het verdwijnen van die zenders destijds door een generatie is beleefd, er opvallende conclusies getrokken kunnen worden. Als ik in mijn kleine kringetje al meerdere gevallen ken, zal dat landelijk een behoorlijk grote groep zijn die in meer of mindere mate beschadigd is. Ik weet dat dat dramatisch klinkt. En nogmaals: ik ben me ervan bewust dat velen het lacherig af zullen doen, maar ik weet zeker dat er op zijn minst honderden generatiegenoten zijn die er geestelijk een litteken aan over hebben gehouden. Voor wie het verdwijnen van dat station gelijk staat aan de dood van een zeer goede vriend of zelfs geliefd familielid. En dan hangt het verder van de geestesgesteldheid van die personen af in hoeverre het na al die tijd nog steeds een 'hot item' is.
Als ik 'Let's Get Away For A While' van de Beach Boys hoor, ga ik meestal geestelijk knock out. En datzelfde geldt voor 'Heather' van de Carpenters. En 'Junk' van Paul McCartney. Voor de niet-kenners: dit zijn nummers die in het laatste uur van Veronica werden gedraaid. Of die werden gebruikt bij een vast moment in de programmering.
Als ik 'Everydays' van Yes hoor, dringt zich de herinnering aan de Drie-In-Eén jingle weer op en krijg ik het moeilijk. En de jingle met het geluid van de krijsende meeuwen krijgt mij nog altijd telkens volledig op de knieën, sterker; terwijl ik dit schrijf en er dus aan denk, gaan mijn ogen prikken!
Dat, nuchtere, niet depressieve lezer, is niet overdreven. Waarom zou ik dit schrijven als het niet zo is? Verschillende vrienden, familieleden en (oud-) collega's weten dat dit bij mij zo gaat. Maar... het is beslist niet 'normaal'. Om één of andere reden zwakt bij mij de emotie niet af. Ik heb het blijkbaar nog altijd niet verwerkt. Net zo min als de ziekte en het overlijden van mijn vader.
En ontelbare kleinere zaken. En dus beleef ik ze als er een aanleiding voor is weer in alle hevigheid. Voor de zoveelste keer. En nogmaals: dat sloopt je.
Waarom dit zo is... ik heb niet het flauwste idee. Ik weet niet waarom ieder ander dat soort dingen wel verwerkt en wel een plaats geeft. Ik zou ook niet weten hoe dat proces verloopt. Ik weet alleen dat het bij mij niet gebeurt. En ik ben er absoluut zeker van dat het verdwijnen van de zeezender Veronica en het jong overlijden van mijn vader mij tamelijk hevig hebben beschadigd. Zeer waarschijnlijk had ik toch al de aanleg voor depressiviteit maar waarschijnlijk hebben deze gebeurtenissen wel een extra duwtje gegeven. Of heb ik extra last van dóór mijn depressiviteit: de kip of het ei-kwestie, zeg maar.
En gevoegd bij het blijkbare onvermogen om te verwerken, zorgen ze voor een loodzware bagage.

*



MTenDTRSadv
PvAdv